Sociaal ondernemen: een zetje op het juiste moment

Tijdens het Women Empowerment Event van de ambassadeursconferentie gingen invloedrijke mediavrouwen en ambassadeurs met elkaar in gesprek. We vroegen Karin Boven en Rocky Hehakaija naar hun drijfveer en wens voor 2019.

Karin van Boven

Karin Boven, ambassadeur in Sudan: 'Eén ontmoeting kan al iets in gang zetten'

'Er zitten in Sudan meer vrouwen in het parlement dan in Nederland, ze rijden auto en werken. Toch krijgen ze in dit land maar weinig ruimte – en de huidige economische crisis helpt niet. Als ik in een schoolklas vol meisjes vraag wie er de volgende president van Sudan wordt, krijg ik vooral verbijsterde blikken. Wie in een spijkerbroek loopt, kan stokslagen krijgen. Vrouwenbesnijdenis is nog gemeengoed. Mijn wens voor 2019 is dat we kleine stapjes blijven zetten. In zo’n klas gaan altijd wel een paar handen omhoog. Ik vraag meisjes wat ze willen worden, waar ze van dromen. Ze zien mij ook als rolmodel.

Eén ontmoeting, één opmerking kan al iets in gang zetten. Dat heb ik zelf ook ervaren; ook ik had voorbeelden nodig, perspectief en op het juiste moment een zetje van iemand die in me geloofde. Dat wil ik ook geven. Ik fiets wekelijks met een groep vrouwen door de stad, ik ben trouw toeschouwer van een meidenvoetbalteam. Alles met een brede grijns, zonder hen in gevaar of verlegenheid te brengen, maar met een heel serieuze bedoeling.'

Karin Boven fietst met Sudanese vrouwen.

Karin Boven fietst met Sudanese vrouwen.

Karin Boven bezoekt Sudanese vrouwenschool.

Een voetbaltraining van Sudanese meisjes.

Sudanese meisjes en vrouwen leren zwemmen.

Rocky Hehakaija

Rocky Hehakaija, voetballer en oprichter Favela Street: 'Geen liefdadigheid maar echt werk'

'Op mijn 18e was ik voor het eerst in een Braziliaanse sloppenwijk, voor een televisieprogramma. Als voetballer – ik zat toen in het Nederlands elftal – werd ik enorm getroffen door het plezier dat het spel daar op straat bracht. En ik snapte meteen dat dit voor mij een sleutel was om overal ter wereld binnen te komen. Twee jaar later bleek ik door een blessure nooit meer op hoog niveau te kunnen spelen en ik greep mijn kans.

Je moet weten dat ik als kind ben gepest. Een lang meisje – ik ben nu bijna twee meter – dat kon voetballen: ik was altijd anders. Dat heeft mij onzeker gemaakt, maar het was ook de drijfveer om die meiden in de favelas, die altijd tegen vooroordelen moeten vechten, te helpen om óók hun eigen keuzes te maken.

Dat doe ik nu al vijf jaar vanuit de stichting Favela Street, maar mijn doel is om er een bedrijf van te maken. De kern: jongeren de kans geven hun eigen geld te verdienen en zo een rolmodel te worden voor hun omgeving. Ik wil een leiderschapsopleiding starten in Nederland met als hoogtepunt een reis naar de favelas. Waar deelnemers overlevingsstrategieën gaan leren van de jongeren daar, één op één. Mijn wens voor 2019 is dit businessmodel in praktijk brengen. Geen liefdadigheid, maar echt werk. Voor mij, maar vooral voor hen.'