Outside In-sessies: externe stakeholders in gesprek met ambassadeurs

De ambassadeursconferentie is niet alleen een interne aangelegenheid van Buitenlandse Zaken (BZ). Dat geldt ook voor het werk dat BZ doet. Juist in de samenwerking met externe partners liggen kansen. Onder de noemer ‘Outside In’ gingen de ambassadeurs eerder deze week in gesprek over samenwerking met stakeholders van buiten het ministerie. Hieronder een korte impressie van een aantal van deze bijeenkomsten.

Sessie over steden en mensenrechten.

‘Steden zijn mogelijke stakeholders in het mensenrechtenbeleid.’ Met deze stelling trapte de Nederlandse mensenrechtenambassadeur Marriët Schuurman de eerste bijeenkomst af. Willem Post, Amerika-deskundige en adviseur internationale zaken bij de gemeente Den Haag beaamde de groeiende rol van steden op het internationale toneel. ‘Dankzij city diplomacy haalde Den Haag veel internationale organisaties naar de stad, wat zorgde voor meer banen én een betere wereld, door het belangrijke werk van bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof.’

Ambassadeur in Macedonië Wouter Plomp deelde 2 projecten die zorgde voor meer aandacht voor mensenrechten. Samen met lokale overheden van 3 steden en ngo’s maakte hij discriminatie bespreekbaar. En de 12-koppige Pride die hij jaren geleden liep in de stad Tetovo groeide uit tot een groot evenement, waar zelfs de ambassades van Frankrijk en Duitsland bij aansloten. Sebastiaan van der Zwaan is directeur Justice & Peace. Hij onderstreepte het belang van het creëren van breed draagvlak op lokaal niveau en noemde zijn Shelter Cities; 11 Nederlandse en 3 internationale steden waar mensenrechtenverdedigers in nood worden opgevangen.

Sessie over Internationaal Verantwoord Ondernemen

IMVO, convenanten en de dilemma’s van het bedrijfsleven

Ook multinationals lopen tegen problemen op die ze alleen samen kunnen oplossen en gaan in gesprek met ambassadeurs. Dat bleek tijdens de sessie over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Ambassades en consulaten houden vaak de dialoog tussen ngo’s, overheden en bedrijven in stand. Ze spelen een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het organiseren van handelsmissies en het leggen van contacten. ‘Een typisch Nederlandse polderoplossing’, aldus directeur IMH Ronald Roosdorp.

De eerste resultaten van de convenanten komen nu naar buiten. Zowel ABN AMRO  als Tata Steel werken samen met BZ en het maatschappelijke middenveld in IMVO-convenanten. De bedrijven noemen de afspraken heel behulpzaam. Niet alleen omdat ze handvatten geven voor de praktijk, maar vooral ook omdat ze samenwerking met andere onderdelen van de keten mogelijk maken. Tata Steel pleit voor het kopiëren van dit idee naar Europees niveau en wil zich daar ook graag voor inzetten.

ABN AMRO vindt dat zowel haar klanten als de IT’ers die in India voor haar werken, onder haar verantwoordelijkheid vallen. Maar de bank kan niet alle bedrijven die krediet van haar ontvangen doorlichten. Dat is echter wel waar de bank het meeste kritiek krijgt. ABN probeert daarom zowel naar klanten als naar ketens te kijken. Door hierbij samen te werken, bijvoorbeeld in de convenanten, weet de bank waar zij de meeste invloed kan uitoefenen. Het kan immers ook dat een vakbond, overheid, brancheorganisatie of ngo in een deel van de keten meer invloed heeft. Een interessante discussie volgde, waarbij de zaal met voorbeelden en vragen uit het postennet reageerde op de bedrijven.

Ed Nijpels bij de sessie over het klimaatakkoord.

Klimaatsessie

Tijdens de Outside In-sessie over klimaat praatte Ed Nijpels (voorzitter Klimaatberaad) de ambassadeurs bij over het Klimaatakkoord. Directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving Hans Mommaas ging in op het Energieakkoord.

Het Klimaatakkoord gaat vooral over CO2-vermindering, legde Nijpels uit. Nederland doet het niet goed op dat gebied. ‘Er is geen reden tot borstklopperij’. Hij liet een grafiek zien waar Nederland ergens onderaan hangt. ‘Er is een groot gat tussen de afspraken van Parijs en de realiteit hier. Wil je de doelen voor 2050 halen, dan moet de CO2-uitstoot al veel eerder dalen. We doen dus nog niet idioot veel. Maar we zijn wel eerder begonnen met het nemen van maatregelen.’ De kennis die Nederland daardoor opdoet, kunnen we volgens Nijpels ‘exporteren’ en zo een competitief voordeel krijgen.

Volgens Mommaas scoort Nederland goed op beleid, maar slecht op de concrete uitvoering van de klimaatdoelen. ‘Dat heeft te maken met onze positie als doorvoerland. We hebben hier een stevige petrochemische industrie. Dat heeft nadelen en voordelen. Die afhankelijkheid van het buitenland kan je willen tegenhouden, maar het brengt ook investeringsmogelijkheden met zich mee, bijvoorbeeld voor de haven van Rotterdam. We hebben in Nederland met de deltawerken natuur en infrastructuur geïntegreerd. Dat is een voorbeeld voor de wereld. Deskundigheid kan kansen leveren. Kapitaliseer op je roem, je sterke punten.’

Meer onderwerpen

Andere onderwerpen die de ambassadeurs met externe partners bespraken waren onder meer ongelijkheid in Afrika, het creatieve imago van Nederland en terrorismebestrijding en radicalisering.